Inhoudsopgave
Samenvatting
Hier volgen belangrijke richtlijnen voor architecten, ingenieurs, ruimtemanagers en andere CAD-auteurs die CAD-bestanden voor uw gebouwenportfolio onderhouden.
Hoewel het proces voor het importeren en gebruiken van CAD-bestanden in Space Management niet ingewikkeld is, komt er meer bij kijken dan zomaar een CAD-bestand in de toepassing plaatsen en vervolgens hopen dat alles goed gaat. Vooraf moeten enkele voorbereidingen worden getroffen.
Ondersteunde bestandsindelingen en versies
| Bestandsindeling | Versies | Opmerkingen |
|---|---|---|
| DWG | AutoCAD 2018 en hoger | Leveranciersspecifiek |
| DXF | AutoCAD 2018 en hoger of van een andere compatibele CAD-leverancier | Leveranciersonafhankelijk |
| SVG | Versie 1.1 | Leveranciersonafhankelijk |
Minimumvereisten
Elk CAD-bestand moet een minimale set lagen bevatten met informatie die nodig is voor ruimtemanagement.
| Doel van de laag | Verplicht? | Hoe | Opmerkingen |
|---|---|---|---|
| Vormen voor ruimten | Ja, in alle gevallen |
Maak een speciale laag met gesloten vormen die de contour van elke ruimte voorstellen. Vormen kunnen zijn:
Deze laag wordt gebruikt om ruimten op een lay-out weer te geven. | Vrije keuze van de laagnaam – moet tijdens het importeren worden toegewezen |
| Vormen voor deelruimten | Ja, als u deelruimten wilt beheren |
Maak een speciale laag met gesloten vormen die de contour van elke deelruimte voorstellen. Vormen kunnen zijn:
Deze laag wordt gebruikt om deelruimten op een lay-out weer te geven. | Vrije keuze van de laagnaam – moet tijdens het importeren worden toegewezen |
| Vormen voor constructie | Ja, als u constructiegebieden wilt aftrekken |
Maak een speciale laag met gesloten vormen die de contour van elk constructiegebied voorstellen. Bijvoorbeeld:
Deze laag wordt gebruikt om de oppervlakte van constructievormen af te trekken van de werkelijke oppervlakten van ruimten. | Vrije keuze van de laagnaam – moet tijdens het importeren worden toegewezen |
| Ruimte-identificatie | Nee, maar het gebruik ervan is essentieel voor automatische detectie |
Maak een speciale laag met teksten die de namen van de ruimten voorstellen.
| Vrije keuze van de laagnaam – moet tijdens het importeren worden toegewezen |
| Deelruimte-identificatie | Nee, maar het gebruik ervan is essentieel voor automatische detectie |
Maak een speciale laag met teksten die de namen van de deelruimten voorstellen.
| Vrije keuze van de laagnaam – moet tijdens het importeren worden toegewezen |
Voorbeeld
Aanbevolen werkwijzen
Eenheden en schaal
De Space Management-versie van april 2026 ondersteunt alleen metrische eenheden (meters, cm, mm, …).
Imperiale eenheden (inches, feet, …) worden mogelijk in latere versies ondersteund.
Zorg ervoor dat alle tekeningen beschikbaar zijn in metrische eenheden, zodat oppervlakten van ruimten correct kunnen worden berekend.
De schaal van de tekening wordt tijdens de importvoorbereiding uit de tekening afgeleid, maar moet altijd worden gecontroleerd en indien nodig aangepast:
Modelruimte/papierruimte
Space Management negeert alle geometrie in de papierruimte.
Alleen entiteiten in de modelruimte worden in aanmerking genomen.
Na het importeren van een tekening ziet u de lay-outs van de papierruimte niet in de toepassing.
Kleuren
De kleuren van lagen en afzonderlijke entiteiten worden overgenomen uit de tekening. Bij het importeren in Space Management vindt er geen kleurtoewijzing of -conversie plaats.
Tekeningen worden in Space Management op een witte achtergrond weergegeven. Daarom wordt aangeraden donkere kleuren te gebruiken en geel, cyaan en andere zeer lichte kleuren te vermijden.
Gebruikers van Space Management zijn geen architecten; zij hebben er baat bij het grondplan in neutrale kleuren te zien (zwart, grijstinten enzovoort).
Lijntypen
Space Management biedt beperkte ondersteuning voor lijntypen.
Eenvoudige lijntypen met streepjes en punten worden ondersteund; lijntypen met speciale vormen niet.
Teksten
Space Management biedt beperkte ondersteuning voor teksten en lettertypen.
Eenvoudige TEXT- en DTEXT-entiteiten worden correct weergegeven bij gebruik van ASCII-tekststijlen. Vermijd MTEXT-entiteiten en exotische lettertypen met niet-ASCII-tekens (bijvoorbeeld Chinees, Japans, Koreaans enzovoort) die niet in het standaardbestand voor tekststijlen (simplex.shx) staan.
Blokken
Blokken worden normaal weergegeven in Space Management.
Blokken die “assets” (apparatuur) voorstellen, mogen echter nooit worden geschaald of gespiegeld.
Arceringen
Space Management biedt beperkte ondersteuning voor arceringspatronen.
Vaste arceringen en eenvoudige arceringspatronen worden correct weergegeven.
Vermijd het gebruik van exotische arceringspatronen met speciale vormen.
Opschonen vóór gebruik
Ruim ongebruikte entiteiten altijd uit het bestand op als laatste stap voordat u een CAD-bestand in Space Management importeert. Deze opschoonactie verwijdert ongebruikte entiteiten, verkleint de bestandsgrootte aanzienlijk en verbetert de weergaveprestaties.
Wat u moet vermijden
Overvolle tekeningen
De meeste architectuurtekeningen bevatten veel lagen met constructiedetails, annotaties, maatlijnen enzovoort.
Voorbeeld:
Het importeren van dergelijke tekeningen in Space Management werkt technisch gezien wel, maar gebruikers zullen ze als ‘ingewikkeld’ ervaren.
Spacewell raadt aan alle overbodige elementen die niet relevant zijn voor ruimtemanagement te verwijderen, zoals:
- Annotaties
- Maatlijnen
- Ballonnen en de meeste teksten
- Titelbladen en legenda’s
- Lagen die vloer- of plafondrasters voorstellen
- Technische details
- enz.
Voorbeeld na het verwijderen van een deel van de overbodige elementen:
Overbodige details
Architectuurtekeningen bevatten vaak details die niet relevant zijn voor ruimtemanagement en vaak onopgemerkt blijven.
Voorbeeld:
Deze tekening ziet er misschien overzichtelijk uit, maar is niet lichtgewicht. Wanneer u inzoomt op de buitenmuur, worden verschillende technische details zichtbaar, zoals de muurisolatie en de extrusieprofielen van de ramen:
Dergelijke overbodige details worden correct geïmporteerd en weergegeven, maar maken de tekeningen zwaar en traag bij het bekijken en verkennen ervan in Space Management.
Om prestatieredenen raadt Spacewell aan onnodige details waar mogelijk te verwijderen.
Een ander voorbeeld van overbodige details is te vinden in meubilair, apparatuur en interieurdecoraties. De plant in de linkerbenedenhoek is bijvoorbeeld een geëxplodeerd blok dat 1750 entiteiten bevat die alle kleine bladeren voorstellen.
Op deze verdieping stonden 28 van deze planten, goed voor in totaal 49.000 entiteiten, alleen om de planten weer te geven…
Na het verwijderen ervan was het bestand 2 MB kleiner en werden aanzienlijke prestatiewinsten vastgesteld.
Bekende beperkingen
Bestandsgrootte
Bij het importeren van een tekening is de maximale bestandsgrootte 50 MB.
Disclaimer
De Space Management-toepassing is grondig getest met verschillende tekeningen. In de meeste gevallen verloopt het importeren succesvol en levert de weergave op het scherm bevredigende resultaten op.
Toch bestaat altijd het risico dat bepaalde tekeningen tijdens het importeren mislukken of na het importeren niet correct worden weergegeven. In dergelijke gevallen kan Spacewell het probleem op verzoek onderzoeken en advies geven over hoe de CAD-auteur dit in het tekeningbestand kan corrigeren.
Spacewell kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor dergelijke gevallen en is niet verplicht de software dienovereenkomstig aan te passen.