Sensorenbeheer

Moeilijkheidsgraad: expert

Leerdoelen

Na het lezen van dit artikel kun je:

  • Apparaten configureren in Studio
  • Apparaten verifiëren in Studio

In Sensor Devices in de back-endstudio van Workplace kun je 

  • je sensoren koppelen aan je locaties (ruimtes, waarbij je eventueel een Workplace of gekoppelde locaties definieert)
  • controleren wanneer een specifieke sensor voor het laatst gegevens heeft verzonden
  • zoeken naar een specifieke sensor, een soort sensor of type (wat de sensor meet), of een filter instellen voor een of meer locaties
  • sensoren uitschakelen als ze niet langer worden gebruikt en niet meer in je dataset mogen voorkomen

image-20220923-170345.png

 

Toegang verkrijgen:

Algemeen

‪Overzicht van apparaten: hoeveel en welke apparaten in de tenant zijn ingesteld, wat hun verbindingsstatus is (het totale aantal apparaten met deze status is zichtbaar in KPI-statuskaarten) en aan welke (gekoppelde) locaties ze zijn toegewezen.

‪Filteren in Devices op basis van apparaatnaam, locatie, apparaattype, status of sensorkanaal

  • Wanneer je naar een specifieke locatie doorklikt, worden de KPI-statuskaarten bijgewerkt op basis van de geselecteerde locaties.
  • Wis de filters om terug te gaan naar het volledige apparaatoverzicht voor deze tenant.

‪KPI-statuskaarten worden beschreven op de pagina Sensorstatus controleren. Selecteer een KPI-statuskaart om een statusfilter voor die status te selecteren.

image-20220923-170415.png

De functionaliteit voor exporteren/importeren en de knop Nieuw apparaat toevoegen worden uitgelegd in Apparaten configureren (toevoegen, verwijderen, importeren en exporteren).

Apparaatlabel

Apparaatgegevens

Het apparaatlabel bevat apparaatgegevens zoals de status, configuratie-informatie, livegegevens en historische gegevens.

image-20220921-161741.png

Het tabblad Apparaatgegevens bevat de volgende details:

  • apparaatdetails (ID, type)
  • apparaatstatus (zie Sensorstatus controleren)
  • informatie over de laatste keer dat het apparaat is gezien
  • de laatst ontvangen waarden voor dit apparaat

Info

De sensorstatus wordt samen met Sensorstatus controleren opgehaald op het moment dat de Studio Spaces-pagina wordt geladen. Vervolgens haalt een achtergrondproces elke 15 minuten de actuele waarden op (nadat Studio is geopend).

Hoewel het onderste gedeelte van het apparaatlabel (en het tabblad Historische gegevens) dus gegevens van de afgelopen minuten kan tonen, kan de sensorstatus verschillen als deze nog niet is vernieuwd via de statusupdate op de achtergrond.

image-20240105-162944.png

 

Het veld Locatie geeft de primaire locatielink voor het apparaat aan. Als je op de link klikt, wordt die locatie geopend en krijg je een overzicht van de beschikbare sensoren die aan die locatie zijn gekoppeld.

Info

De sensorstatus (Online/Controleren/Offline) wordt gerapporteerd op de (hoofd)locatie.

De gegevens van de sensor worden gekopieerd naar de gekoppelde locatie(s). Deze functie voor het kopiëren van gegevens is alleen relevant voor comfortgegevens (zie Instellingen van de liveplattegrond) en verkeersgegevens (zie Xovis-implementatie).

De telling bij Versie geeft aan hoeveel wijzigingen op dit apparaat zijn opgeslagen (houd er rekening mee dat niet alle velden worden bijgehouden, maar bijvoorbeeld wel een toegevoegde locatie en tijdstempels). Controleer wijzigingen in de geschiedenis van het sensorapparaat met het pictogram van de klok.

image-20240105-164245.png

 

Je kunt de apparaatgegevens bewerken: als je rechtsboven op de knop Bewerken (pen) klikt, wordt hetzelfde scherm geopend als bij ‘Nieuw apparaat toevoegen’. Zie Apparaten configureren (toevoegen, verwijderen, importeren en exporteren).

Met de knop Vernieuwen vernieuw je de informatie over de laatste keer dat het apparaat is gezien en de laatst ontvangen waarden voor dit apparaat.

Bekijk Apparaten configureren (toevoegen, verwijderen, importeren en exporteren) voor meer informatie over het uitschakelen van een apparaat.

Tijdlijn

image-20220926-083713.png

 

Op het tabblad Tijdlijn worden de ontvangen waarden voor dit apparaat weergegeven in een staafdiagram of lijndiagram (je kunt rechtsboven met de knoppen tussen de twee opties wisselen).

Elk kanaal van het apparaat wordt in een afzonderlijke grafiek weergegeven. De comfortsensor in het voorbeeld links houdt waarden bij voor temperatuur, luchtvochtigheid, CO2, …

De kleuren en waarden die in de grafiek worden gebruikt, zijn afhankelijk van de configuratie in Instellingen van de liveplattegrond.

Selecteer de gegevensweergave voor de afgelopen 12 uur/48 uur, … of zelfs voor een specifieke periode.

Historische gegevens

image-20220921-161948.png

Op het tabblad Historische gegevens worden de ontvangen gegevens weergegeven voor de afgelopen 12 uur/48 uur, … of zelfs voor een specifieke periode (het laden kan enige tijd duren wanneer je teruggaat in de tijd).

Standaard worden alle kanalen van het apparaat weergegeven, maar je kunt ook uitsluitend focussen op bijvoorbeeld temperatuur, luchtvochtigheid, CO2, … (afhankelijk van de kanalen die het apparaat gebruikt).

Info

Apparaatgegevens kunnen ook de heartbeat of bevestiging bevatten, als het apparaat bij die communicatie een waarde verzendt.

URL

Gebruik de URL van deze pagina met het apparaatlabel om de juiste apparaat-ID te identificeren die nodig is voor het gebruik van de GET SensorValues API. Zie REST API - Sensorwaarden ophalen.